Skip to content

C.C.S. Cronestipendisten: hoe gaat het met Joep van Helden?

30 april 2020

Joep van Helden (1988) ontving in januari 2020 een C.C.S. Crone Stipendium. Hij kreeg deze beurs voor het werken aan zijn debuut, een verhalenbundel, die zal verschijnen bij uitgeverij Atlas Contact. Volgens de jury van de C.C.S. Crone Stipendia is Van Helden ‘onmiskenbaar een groot talent op de korte baan’. Van Helden publiceerde verhalen in literaire tijdschriften als De Gids, Tirade en Deus ex Machina.

Vanwaar je keuze voor het korte verhaal?
In eerste instantie omdat ik ze het liefst lees. Het korte, het onvolledige, doet recht aan het leven dat zich vaak onbegrijpelijk aan mij toont. In verhalen is ruimte voor niet-weten. Goede verhalen vragen van mij geen analytische of kritische houding, maar een uitdagendere: een intuïtieve. Misschien is schoonheid deels onbegrijpelijk. Ik ben in fictie niet op zoek naar een ontmaskering, een tijds- of wereldbeschouwing. De goede verhalen die ik las hebben geen onderwerp, ze zijn dingen op zichzelf.

Ik las elders dat je een kleine, vaste groep meelezers hebt. Hoe gaat dit in zijn werk? Waar letten zij vooral op? En wat maakt hen tot de fijnste, beste meelezers?
Ik heb twee vaste lezers die ik Het kantoortje noem. Ik laat pas lezen als ik denk dat ik een verhaal af heb, soms na maanden, soms na een jaar. Dat iemand het gaat lezen, doet me al anders kijken. Eerst leest de ene, dan herschrijf ik, dan de ander. Ik vertrouw hen op gevoeligheid, techniek en smaak. Naast de technische problemen (duidelijkheid, overbodigheid) voeren we vooral een gesprek over wat het verhaal, in potentie, is.

Wie zijn je literaire voorbeelden?
Dat ligt aan het verhaal waaraan ik schrijf. Nu lees ik vooral verhalen van Gallant en Tsjechov. In zowel Speck’s Idea als De viool van Rothschild bestaat het einde uit een kleine handeling – het opstellen van een flyer en het weggeven van een viool. Ze lijken gemaakt van tragiek en liefde. Via deze handelingen raak ik verknocht aan het lijden van het leven. Ik lees en denk: zo verdrietig! zo mooi!

Hoe ziet je werkplek eruit?
Rust is belangrijk, de wetenschap dat ik niet gestoord of bekeken word en niemand die vraagt waarmee ik bezig ben. Ik woon op een kamer, dus ik slaap op kantoor.

Hoe vordert het schrijven in deze periode?
Qua schrijven is de situatie onveranderd. Afzondering was voor mij altijd al belangrijk. Ik moet kunnen wegzakken. De belangrijkste keuzes maak ik met mijn onderbewuste. Gezelschap laat weten dat ik besta.

Wanneer kunnen we je verhalenbundel in de boekhandel verwachten?
Contractueel heb ik een deadline, die ik zo ver in de toekomst heb geschoven als mijn redacteur toeliet. Externe factoren zoals succes en deadlines maken me haastig en haastige schrijvers hebben de neiging uitspraak te doen en op te schrijven wat ze weten. Daar wapen ik me tegen.

Scroll To Top